Address
304 North Cardinal St.
Dorchester Center, MA 02124
Work Hours
Monday to Friday: 7AM - 7PM
Weekend: 10AM - 5PM


“Je weet dat ik niet kan zingen”, zegt mijn zoon terwijl we van school naar huis lopen. Hij is zes jaar, heeft autisme en is hoogbegaafd. “Niet zingen?”, denk ik. Thuis hoor ik hem vaak zingen. Melodieus, toon- en tekst vast. “Ik hoor je vaak heel goed zingen”, zeg ik, “ik luister graag naar je”.
“Nee”, zegt mijn zoon, “Ik kan niet zingen en als we dat in de klas gaan doen dan beweeg ik mijn mond wat op en neer. Zo doe ik toch een beetje mee”. “Ah…nou…goed opgelost”, zeg ik.
We wandelen verder. Mijn hoofd maakt overuren. Dan valt bij mij het kwartje.
Om in een groep te kunnen zingen is afstemming nodig. Je moet je kunnen afstemmen op je klasgenoten om te weten wanneer je moet beginnen met zingen, hoe snel je moet zingen en hoe hard. Afstemmen op een ander is nou net wat vaak lastig is met een autistisch brein. In een groep is onze zoon snel overprikkeld wat weer invloed heeft op zijn verwerkingstijd. Hij heeft dan meer tijd nodig om te beseffen wat hij hoort, voelt en ziet.
Hij kan dat alles niet meteen omzetten in zang. Dat zet natuurlijk ook een rem op samen zingen. Mijn zoon is nog te jong om te weten wat er met hem aan de hand is, maar hij voelt wel degelijk dat één en ander anders verloopt bij hem dan bij zijn klasgenootjes. Hij voelt al dat de andere kinderen de dingen automatischer kunnen dan hij. Zij doen automatisch het goede tijdens het samen zingen. Ze beginnen tegelijk en weten hoe snel en hoe hard je moet zingen. Dat lukt hem niet en hij vertaalt dat nu met ‘Ik kan niet zingen’.
“Kan het zijn dat je niet SAMEN kunt zingen?”, vraag ik, “want ik hoor je thuis vaak heel goed zingen”.
Het blijft stil aan mijn hand. Mijn zoon denkt na. We lopen door. “Ja”, zegt hij na een tijdje.
“Weet je dat dat met je autisme te maken kan hebben?”, vraag ik voorzichtig. Hij kijkt naar me op. Ik heb zijn volle aandacht. Ik leg het uit en voel zijn opluchting via zijn hand in mijn hand. Hij is dus niet raar. “Jij kunt goed zingen”, zeg ik, “Je kunt nu alleen niet SAMEN zingen. Misschien komt dat nog en misschien niet. Het is allebei goed.”
“Ik heb mezelf opgegeven voor het kerstkoor”, deelt mijn zoon me bijna vijf jaar later mee. Hij is tien jaar, bijna elf, en heeft zich de afgelopen jaren op zoveel vlakken enorm ontwikkeld. Ik sta perplex door deze terloopse mededeling die ik totaal niet aan zag komen. “Wow…”, is het enige dat ik uit kan brengen. “Ja”, gaat hij gedecideerd verder, “Ik heb me opgegeven omdat ik podiumervaring op wil doen voor de eindmusical”.
Daar stonden we dan gisteren op het kerstfeest op school. Onze zoon op het podium, bij de andere kinderen van het koor. Ons kind zong daar samen met de andere kinderen. Hij bewoog niet alleen zijn mond wat op en neer. Hij zong mee!
Wij stegen bijna op van trots…
Copyright José Lemstra